ECLI:NL:GHAMS:2010:BM3468
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- M.A. Goslings
- M.M.M. Tillema
- J.H. Huijzer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verbod werkonderbreking vervoersbedrijven wegens AOW-leeftijd verhoging
In deze zaak stond de rechtmatigheid van aangekondigde werkonderbrekingen door vakbonden FNV en Abvakabo tegen de kabinetsplannen tot verhoging van de AOW-leeftijd centraal. De vervoersbedrijven HTM, GVB en RET hadden in kort geding een verbod op deze acties gevorderd, dat door de voorzieningenrechter werd toegewezen.
De bonden gingen in hoger beroep tegen deze uitspraken. Het hof oordeelde dat de acties onder het recht op collectief onderhandelen vallen zoals gewaarborgd in artikel 6 lid 4 van Pro het Europees Sociaal Handvest (ESH). Hoewel de verhoging van de AOW-leeftijd zelf geen direct onderhandelingspunt is, heeft deze onherroepelijke gevolgen voor collectieve arbeidsvoorwaarden, waardoor het stakingsrecht van de bonden wordt beschermd.
Het hof verwierp de bezwaren van de vervoersbedrijven dat de acties prematuur waren of niet aan de spelregels voldeden. Ook vond het hof dat de materiële schade en overlast voor derden niet zodanig was dat een verbod gerechtvaardigd was. De vonnissen van de voorzieningenrechter werden vernietigd en de vorderingen van de vervoersbedrijven afgewezen. De vervoersbedrijven werden veroordeeld in de proceskosten van de bonden.
Uitkomst: Het hof vernietigt de vonnissen die de werkonderbrekingen verboden en wijst de vorderingen van de vervoersbedrijven af.