ECLI:NL:GHAMS:2010:BL1907
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling regresvordering verzekeraar en aanvang verjaringstermijn na letselincident met paard
In deze civiele zaak staat centraal de regresvordering van Achmea Schadeverzekeringen N.V. tegen [appellant sub 1] en ASR Schadeverzekering N.V. naar aanleiding van een letselincident waarbij een paard [B.] een derde heeft getrapt. De rechtbank Utrecht had eerder geoordeeld dat de vordering niet verjaard was en dat de appellanten niet konden volstaan met een beroep op rechtsverwerking of onvoldoende verweer.
Het hof overweegt dat de verjaringstermijn van vijf jaar, zoals bedoeld in artikel 3:310 lid 1 BW Pro, aanvangt op het moment dat de vordering opeisbaar wordt, namelijk nadat de hoofdelijke schuldenaar meer dan zijn aandeel heeft betaald. De appellanten konden niet aantonen dat zij door het tijdsverloop onredelijk benadeeld zijn of dat er sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen dat geen regresvordering zou worden ingesteld.
Ook het beroep op onvoldoende verweer faalt, mede omdat de appellanten op de hoogte waren van het eindvonnis en de mogelijkheid hadden om hoger beroep in te stellen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de appellanten in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het beroep op verjaring en rechtsverwerking af; appellanten worden veroordeeld in de proceskosten.