ECLI:NL:GHAMS:2010:BL0867
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.M. Mens
- C.W.P. van Gelder
- A.L.H. Ernes
- Rechtspraak.nl
Bewijs van samenwoning en beëindiging partneralimentatie op grond van artikel 1:160 BW
Partijen zijn gescheiden en de man betaalt partneralimentatie aan de vrouw. De man stelt dat de vrouw samenwoont met haar nieuwe partner als waren zij gehuwd, waardoor zijn alimentatieverplichting op grond van artikel 1:160 BW Pro is geëindigd. Hij laat een observatieonderzoek uitvoeren dat aantoont dat de nieuwe partner vrijwel dagelijks in de woning van de vrouw verblijft en dat sprake is van een gemeenschappelijke huishouding.
De vrouw betwist de samenwoning en voert aan dat de nieuwe partner nog steeds op zijn eigen adres woont. Zij overlegt verklaringen van makelaars en een garagehouder ter ontkrachting van het observatieverslag. Het hof hecht echter meer waarde aan het professionele observatieverslag en constateert dat de vrouw onvoldoende tegenbewijs levert.
Verder stelt het hof vast dat er sprake is van een affectieve, duurzame relatie met wederzijdse verzorging, onder meer door gezamenlijke vakanties, financiële ondersteuning en het gebruik van elkaars eigendommen. Het hof concludeert dat de man het bewijs van samenwoning heeft geleverd en dat de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw is geëindigd vanaf 1 maart 2009.
Het hof laat de vrouw toe tegenbewijs te leveren tegen het rechterlijk vermoeden van samenwoning en bepaalt de procedure voor het verhoor van getuigen. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat het tegenbewijs is geleverd of verworpen.
Uitkomst: Het hof acht het bewijs van samenwoning geleverd en beëindigt de alimentatieverplichting van de man vanaf 1 maart 2009, met mogelijkheid voor de vrouw tot tegenbewijs.