ECLI:NL:HR:2001:ZC3603
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van partneralimentatie bij tijdelijke samenwoning met een gehuwde derde
In deze zaak verzocht de man de rechtbank om zijn alimentatieverplichting jegens zijn ex-echtgenote te beëindigen of te verlagen, omdat de vrouw samenwoonde met een ander als waren zij gehuwd. De rechtbank stelde vast dat de samenwoning niet duurzaam was en wees het verzoek af. Het hof oordeelde echter dat sprake was van samenwonen in de zin van art. 1:160 BW Pro en beëindigde de alimentatieverplichting.
De vrouw stelde dat de relatie tijdelijk was en dat de partner gehuwd was, waardoor art. 1:160 BW Pro niet van toepassing kon zijn. De Hoge Raad vernietigt het hofarrest omdat het hof ten onrechte aannam dat ook een tijdelijke relatie onder art. 1:160 BW Pro valt en omdat het niet meerekende dat de partner gehuwd was. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het hof onvoldoende gemotiveerd had of de partner daadwerkelijk bijdroeg aan de huishouding.
De zaak wordt verwezen naar het hof Arnhem voor een nieuwe beoordeling waarbij rekening moet worden gehouden met de tijdelijke aard van de relatie en het huwelijksbeletsel. De Hoge Raad benadrukt dat art. 1:160 BW Pro restrictief moet worden uitgelegd vanwege de verstrekkende gevolgen voor de alimentatieplicht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling van de alimentatieplicht met inachtneming van de tijdelijke aard van de samenwoning en het huwelijksbeletsel.