ECLI:NL:GHAMS:2009:BL8405
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij insolventieprocedure en faillissements-pauliana
In deze zaak stond de vraag centraal of de Nederlandse rechter, als rechter van de vestigingsplaats van de gedaagde, naast de Duitse rechter die bevoegd is op grond van artikel 3 van Pro de Insolventieverordening, internationaal bevoegd is om kennis te nemen van een vordering van de curator in een Duitse insolventieprocedure gebaseerd op faillissements-pauliana.
Het Hof verwees naar een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJEG) van 12 februari 2009, waarin werd bevestigd dat de rechter van de lidstaat waar de insolventieprocedure is geopend, exclusief bevoegd is om uitspraak te doen over faillissements-pauliana tegen een verweerder met statutaire zetel in een andere lidstaat. Dit sluit alternatieve bevoegdheidsgronden uit.
Het Hof overwoog dat deze exclusiviteit aansluit bij het doel van de Insolventieverordening om een efficiënte en uniforme afwikkeling van grensoverschrijdende insolventieprocedures te bevorderen en forum shopping te voorkomen. De Nederlandse rechter werd daarom onbevoegd verklaard om over de vordering te oordelen. Het bestreden vonnis van de rechtbank Utrecht werd vernietigd en de curator werd veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is onbevoegd om kennis te nemen van de vordering van de curator in de Duitse insolventieprocedure.