ECLI:NL:RBUTR:2006:AY5201
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij faillissementsvordering naar Duits recht
In deze zaak vordert de curator in het faillissement van een Duitse vennootschap vernietiging van een rechtshandeling, waarbij de gedaagde zich op onbevoegdheid van de Nederlandse rechter beroept. De rechtbank onderzoekt of de EEX-Verordening of de Insolventieverordening toepasselijk zijn voor de rechtsmacht.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van het Hof van Justitie waarin is vastgesteld dat faillissementsvorderingen buiten de werking van de EEX-Verordening vallen, omdat deze uitsluitend door de curator namens de boedel kunnen worden ingesteld en ten goede komen aan gezamenlijke schuldeisers. Ook de Insolventieverordening is niet van toepassing omdat de onderhavige vordering niet valt onder de daarin omschreven insolventieprocedures.
De rechtbank concludeert dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het beroep van de gedaagde op arbitrageclausule wordt verworpen, omdat de curator optreedt met een zelfstandige bevoegdheid en niet in de rechten van de gefailleerde treedt. De rechtbank wijst het incident tot onbevoegdverklaring af en veroordeelt de gedaagde in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het incident tot onbevoegdverklaring af.