ECLI:NL:GHAMS:2009:BI3399
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake omzetbelasting en vergrijpboete bij verhuur ligplaatsen en kampeerplaatsen
Belanghebbende exploiteert een terrein met verhuur van ligplaatsen voor vaartuigen en gelegenheid tot kamperen. De inspecteur legde naheffingsaanslagen omzetbelasting en een vergrijpboete op wegens het niet voldoen van omzetbelasting over 2000-2002. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof onderschrijft dit oordeel.
Het hof oordeelt dat sprake is van twee onderscheiden diensten: verhuur van ligplaatsen belast tegen het algemene tarief en gelegenheid tot kamperen tegen het verlaagde tarief. De toerekening van de vergoeding aan deze diensten is redelijk vastgesteld op 25% voor ligplaatsen en 75% voor kamperen, wat gunstiger is voor belanghebbende dan de marktwaarde-indicatie van 72% en 28%.
Belanghebbende werd ten onrechte door de inspecteur afgevoerd als ondernemer voor de omzetbelasting, maar zij was zich bewust van haar ondernemerschap en reageerde niet op het uitblijven van aangiftebiljetten. Dit leidde tot een vergrijpboete van 25%, die het hof passend acht, maar vermindert met €67 wegens procedurele tekortkomingen. Tevens worden proceskosten en griffierechten aan belanghebbende toegekend.
De uitspraak bevestigt de fiscale kwalificatie van de diensten, de redelijkheid van de toerekening van de vergoeding en de rechtmatigheid van de boete, met een beperkte vermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het hof handhaaft de naheffingsaanslag omzetbelasting en vermindert de boete licht, met toekenning van proceskosten aan belanghebbende.