ECLI:NL:GHAMS:2008:BG3585
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.M. Mens
- G.J. Rijken
- N.C. van Oostrom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verrekening en verdeling bij beëindiging samenlevingsovereenkomst
Partijen, die sinds 1977 een affectieve relatie hadden en in 1993 een samenlevingscontract sloten, zijn in geschil geraakt over de verrekening en verdeling van hun gemeenschappelijke goederen en vermogensbestanddelen na het beëindigen van hun samenleving in 2002.
De man en vrouw verschillen van mening over de waardering van de eenmanszaak en het bedrijfspand, de toerekening van de camper, de omvang en waarde van de inboedel, en de toepassing van bepalingen uit het samenlevingscontract, met name artikelen 6 en 9. Het hof overweegt dat de waarde van de eenmanszaak en het bedrijfspand onvoldoende is vastgesteld en benoemt deskundigen om nader onderzoek te verrichten. Ook wordt een comparitie van partijen gelast om geschilpunten te bespreken.
Verder oordeelt het hof dat de camper moet worden betrokken bij de verdeling, afhankelijk van de balanspositie. De rechtbank heeft ten onrechte aangenomen dat sprake was van een volledige gemeenschap van goederen; het hof stelt dat alleen sprake is van gemeenschap ter zake van inboedel en woning. De vrouw heeft recht op een gebruiksvergoeding voor de periode dat zij de woning niet heeft gebruikt. De man is niet verplicht tot betaling van wettelijke rente over de gebruiksvergoeding of het overbedelingsbedrag, omdat geen verzuim is gesteld.
De vordering van de man tot medewerking aan de overdracht van de woning wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. De tenuitvoerlegging van het vonnis wordt niet geschorst. Het hof houdt de beslissing aan en gelast een comparitie om verdere afwikkeling mogelijk te maken.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen voor nader onderzoek en houdt de beslissing aan.