ECLI:NL:GHAMS:2008:BF2485
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.M. Mens
- G.P.M. van den Dungen
- M.F.J.N. van Osch
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en beperking van partneralimentatie na echtscheiding wegens ontbreken samenwoning en niet-financiële factoren
Partijen zijn gehuwd geweest van 1995 tot 2002 en hebben hun huwelijk omgezet in een geregistreerd partnerschap dat in 2003 werd ontbonden. De man was verplicht alimentatie te betalen aan de vrouw. De vrouw stelde dat de man zijn alimentatieverplichting niet mocht verminderen omdat zij niet als gehuwd samenwoonden met haar nieuwe partner [A.].
De man voerde aan dat de alimentatie moest eindigen omdat de vrouw met [A.] samenwoonde als ware zij gehuwd, en verder dat zijn draagkracht beperkt was. Het hof oordeelde dat de man onvoldoende bewijs leverde dat sprake was van een duurzame affectieve relatie en gezamenlijke huishouding met wederzijdse verzorging, zoals vereist volgens artikel 1:160 BW Pro. De stelling van de vrouw dat sprake was van een LAT-relatie werd niet weerlegd.
Het hof stelde vervolgens vast dat de alimentatieverplichting niet op grond van samenwoning kon eindigen, maar dat wijziging op grond van artikel 1:401 BW Pro mogelijk was. Het hof nam als ingangsdatum van wijziging 28 december 2006, de datum van het verzoekschrift. Gelet op de financiële situatie van partijen en het feit dat de vrouw een WAO-uitkering ontvangt, werd haar behoefte aan alimentatie bevestigd. De draagkracht van de man werd vastgesteld op basis van zijn inkomen en gezinssituatie.
Ten slotte overwoog het hof dat de duur van de alimentatie beperkt moest worden tot zeven jaar, gelijk aan de duur van het huwelijk, vanwege het ontbreken van kinderen uit het huwelijk, de persoonlijke keuzes van de vrouw en het afnemende oorzakelijk verband tussen huwelijk en behoefte. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en bepaalde dat de alimentatieverplichting eindigt op 13 juni 2010.
Uitkomst: De onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw eindigt per 13 juni 2010, met beperking van de alimentatieduur tot zeven jaar.