ECLI:NL:GHAMS:2007:BC4796
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gebruik van lokauto bij opsporing autokraken niet onrechtmatig verklaard
Op 10 maart 2006 plaatste de politie op de Plantage Muidergracht te Amsterdam een lokauto, voorzien van buitenlandse kentekenplaten en met zichtbare attributen zoals een mobiele telefoon en een dummy navigatiesysteem. Ongeveer twintig minuten later vernielde de verdachte een ruit van deze auto en nam het navigatiesysteem weg, waarna hij direct werd aangehouden.
De verdediging stelde dat de inzet van de lokauto onrechtmatig was, onder meer omdat de politie hiertoe niet bevoegd zou zijn, het gebruik disproportioneel was en de verdachte daardoor tot andere handelingen werd gebracht dan waarop zijn opzet was gericht. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de inzet van de lokauto als opsporingsmiddel niet in strijd is met de wet en dat de verdachte niet anders handelde dan zijn opzet vooraf was.
De politierechter had de verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur, welke het hof matigde tot 80 uur gezien de omstandigheden waaronder het feit was gepleegd. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht, waarbij het bewezenverklaarde diefstal met braak betrof, gepleegd met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur met een vervangende hechtenis van 40 dagen bij niet-naleving.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur met vervangende hechtenis van 40 dagen; vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.