ECLI:NL:GHAMS:2007:BB4218
Gerechtshof Amsterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek om uitstel en ontvankelijkheid in verzet tegen belastingaanslag
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een beschikking aansprakelijkstelling van de Belastingdienst, dat niet-ontvankelijk werd verklaard door het Gerechtshof te ’s-Gravenhage. Na cassatie door de Hoge Raad werd de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
Belanghebbende verzocht daags voor de zitting om uitstel vanwege late kennisname van de zittingsdatum, recente machtiging van een nieuwe adviseur, verblijf in Zuid-Afrika en een lopende civielrechtelijke procedure. Het Hof oordeelde dat het verzoek niet tijdig was ingediend en dat de aangevoerde redenen geen overmacht vormden.
Het Hof benadrukte dat het op de weg van belanghebbende ligt om tijdig een gemachtigde te informeren en dossiers over te dragen. De behandeling betrof enkel de ontvankelijkheid van het beroep, waardoor uitstel niet gerechtvaardigd was.
Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 13 augustus 2007 in het openbaar uitgesproken door het Hof, vertegenwoordigd door rechter Boersma en griffier Wakkerman.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk.