ECLI:NL:GHAMS:2007:BA2633
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbank: geen kwade trouw bij renteaftrek in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, bracht in haar aangifte vennootschapsbelasting 2001 een renteaftrekpost van €46.796 op basis van een koopovereenkomst en notariële akte in aftrek. De inspecteur stelde dat dit bedrag geen rente was en herzag daarom de verliesvaststellingsbeschikking van €74.087 naar €27.291. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de herziene beschikking wegens ambtelijk verzuim en het ontbreken van kwade trouw.
In hoger beroep stond de vraag centraal of belanghebbende te kwader trouw was, wat de bevoegdheid van de inspecteur tot herziening zou rechtvaardigen. Het hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd om te bewijzen dat belanghebbende bewust en willens een onjuiste aangifte had gedaan. De inspecteur had niet aangetoond dat personen namens belanghebbende zich rekenschap hadden gegeven van de onjuistheid van de renteaftrek.
Het hof bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat de inspecteur niet bevoegd was tot herziening van de verliesvaststellingsbeschikking. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De materiële vraag of het bedrag aftrekbaar is, werd niet behandeld omdat de bevoegdheid tot herziening ontbrak.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende niet te kwader trouw was en vernietigt de herziene verliesvaststellingsbeschikking niet.