ECLI:NL:GHAMS:2005:AT8172
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning alleenstaande-ouderkorting zonder inschrijving kind in basisadministratie op woonadres ouder
Belanghebbende, gescheiden vader van drie kinderen, vordert toekenning van alleenstaande-ouderkorting en aanvullende alleenstaande-ouderkorting over 2002. De inspecteur weigert deze kortingen toe te kennen omdat geen van de kinderen volgens de basisadministratie persoonsgegevens op het woonadres van belanghebbende stond ingeschreven gedurende meer dan zes maanden.
Belanghebbende stelt dat de feitelijke woonsituatie van de kinderen, met name de jongste zoon, doorslaggevend moet zijn in plaats van de inschrijving in de basisadministratie. Hij betoogt dat de inschrijvingseis bedoeld is voor co-ouderschap situaties, die hier niet aan de orde zijn.
Het Hof oordeelt dat noch de tekst van artikel 8.15 Wet IB 2001, noch de parlementaire geschiedenis ruimte biedt om de inschrijvingseis te vervangen door de feitelijke woonsituatie. De wetgever heeft bewust gekozen voor een helder, objectief en controleerbaar criterium, namelijk de inschrijving in de basisadministratie. De vordering wordt afgewezen, maar het beroep wordt gegrond verklaard omdat de aanslag ambtshalve is verminderd.
Uitkomst: Belanghebbende komt niet in aanmerking voor alleenstaande-ouderkorting vanwege het ontbreken van inschrijving van de kinderen op zijn woonadres in de basisadministratie.