ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ7008
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van Loon
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Beoordeling keuzevrijheid inspecteur bij heffing loonbelasting en inkomstenbelasting over nabetaalde loonbestanddelen
Belanghebbende was in dienst bij Coöperatie E en ontving na beëindiging van zijn dienstverband een nabetaling van loonbestanddelen. De inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op over deze nabetaling. Belanghebbende stelde dat op grond van artikel 31 Wet Pro LB 1964 slechts eindheffing mogelijk was en dat de inspecteur door ambtelijk verzuim geen naheffingsaanslag had opgelegd aan de werkgever, waardoor navordering niet meer mogelijk was. Tevens beriep hij zich op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
Het hof oordeelde dat artikel 31 Wet Pro LB 1964 de inspecteur de keuzevrijheid geeft om te bepalen of loonbelasting wordt geheven bij de werkgever of inkomstenbelasting bij de werknemer, zolang nog geen eindheffing of naheffing is opgelegd. Het hof verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen sprake was van een in rechte te honoreren vertrouwen en wees het beroep op het gelijkheidsbeginsel af wegens gebrek aan bewijs van beleid of begunstiging.
Verder verwierp het hof de door belanghebbende voorgestelde vermindering van het belastbare inkomen op grond van een herziene aangifte, omdat deze berustte op een onjuiste rechtsopvatting en onvoldoende onderbouwing. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting over 2000 wordt bevestigd.