ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ5949
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag CDK-spaarbiljetten en gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende kocht in 1982 de bloot eigendom van CDK-spaarbiljetten, waarvan de opbrengst in 1986 gedeeltelijk werd uitgekeerd. De inspecteur legde in 1989 een navorderingsaanslag op wegens niet opgegeven inkomsten uit deze spaarbiljetten. Belanghebbende betwistte de navordering onder meer met het argument dat de inspecteur al bij de primitieve aanslag op de hoogte had moeten zijn (nieuw feit) en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden door ongelijk beleid.
Het Hof stelde vast dat de inspecteur pas na een Fiod-renseignement in 1987 kennis kreeg van het bezit van de spaarbiljetten, waardoor sprake is van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. Het Hof oordeelde dat de inspecteur zorgvuldig heeft gehandeld en dat geen sprake is van onzorgvuldigheid bij het opleggen van de navorderingsaanslag.
Met betrekking tot het gelijkheidsbeginsel onderzocht het Hof of er sprake was van begunstigend beleid, zowel landelijk via de Coördinatie Groep Constructiebestrijding (CCB) als plaatselijk door de inspecteur. Het Hof concludeerde dat geen systematisch begunstigend beleid of oogmerk daarvan is vastgesteld. Ook de toepassing van de meerderheidsregel werd afgewezen vanwege gebrek aan voldoende gegevens over de groep gelijke gevallen.
Het Hof vernietigde het kwijtscheldingsbesluit van de inspecteur, kende algehele kwijtschelding van de verhoging toe, verklaarde het beroep deels gegrond en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De navorderingsaanslag blijft in stand, het kwijtscheldingsbesluit wordt vernietigd en de verhoging wordt geheel kwijtgescholden.