ECLI:NL:HR:1998:AA2378
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in zaak over ongelijke behandeling bij navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1992
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd met een verhoging van 100% en heffingsrente. Hij maakte bezwaar tegen de aanslag, de verhoging en de heffingsrente, maar deze werden door de Inspecteur en het Hof bevestigd. Belanghebbende stelde in cassatie dat hij ongelijk werd behandeld ten opzichte van collega’s die zwart loon ontvingen, omdat zij alleen werden nageheven via loonbelasting bij de werkgever.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onbegrijpelijk had geoordeeld dat er geen sprake was van ongelijke behandeling, omdat de stukken van de Inspecteur juist lieten zien dat verschillende werknemers verschillend werden behandeld. De Hoge Raad benadrukte dat bij een FIOD-onderzoek een goede taakvervulling vereist dat maatregelen op elkaar worden afgestemd om ongerechtvaardigde ongelijke behandeling te voorkomen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor een volledige herbeoordeling. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en werd een vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor heronderzoek wegens onjuiste toepassing van het gelijkheidsbeginsel.