ECLI:NL:CRVB:2026:853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij WW-uitkeringsaanvraag
Appellante diende op 30 september 2020 een aanvraag in voor een WW-uitkering, maar verstrekte niet de gevraagde aanvullende gegevens, waardoor het UWV de aanvraag buiten behandeling stelde. Later herinnerde het UWV appellante aan een openstaande vordering van €285,69 wegens teveel ontvangen Ziektewet-uitkering. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het UWV verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk wegens te late indiening of het ontbreken van een besluit.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat het resultaat dat appellante nastreefde, namelijk een inhoudelijke toetsing van de besluiten, niet tot een betere positie voor haar zou leiden. Appellante wilde vooral een fraudeonderzoek en inzage in de resultaten daarvan, maar dit doel kon niet met deze procedure worden bereikt. Het UWV stelde dat het fraudeonderzoek inmiddels was afgerond en de vordering was kwijtgescholden.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij nooit een ZW-uitkering had ontvangen en dat fraude was gepleegd met haar gegevens, waardoor zij inzage wilde krijgen in het onderzoek. De Raad oordeelde dat dit standpunt een herhaling was van eerdere gronden en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat er geen procesbelang is. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen wegens ontbreken van procesbelang; de eerdere uitspraak wordt bevestigd.