ECLI:NL:CRVB:2026:836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering en weigering WIA-uitkering bevestigd na zorgvuldige beoordeling
Appellant, voormalig chauffeur, meldde zich op 3 mei 2021 ziek en ontving een ZW-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 13 februari 2023, omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen in passende functies. Een aanvraag voor een WIA-uitkering per 1 mei 2023 werd geweigerd vanwege het niet voltooien van de wachttijd van 104 weken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) niet waren onderschat. De Raad volgde dit oordeel en wees het hoger beroep af. De Raad overwoog dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische situatie adequaat had beoordeeld en dat de arbeidsdeskundige passende functies had geselecteerd.
Appellant voerde aan dat hij meer beperkingen had, waaronder een urenbeperking en taalproblemen, en vroeg om een onafhankelijke deskundige. De Raad vond deze gronden onvoldoende onderbouwd en wees het verzoek af. De Raad bevestigde dat de beëindiging van de ZW-uitkering en de weigering van de WIA-uitkering terecht waren en dat appellant geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering en de weigering van de WIA-uitkering wegens juiste beoordeling en niet voltooide wachttijd.