ECLI:NL:CRVB:2026:835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om toekenning Wajong-uitkering wegens ontbreken duurzaam arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het Uwv is geweigerd op grond dat haar arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank en vervolgens hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep is het besluit tot weigering gehandhaafd.
De Raad oordeelt dat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die het eerdere besluit kunnen wijzigen. De medische informatie die zij overlegt was reeds bekend en beoordeeld. De Raad volgt het oordeel dat er nog behandelmogelijkheden zijn die de kans op verbetering van arbeidsparticipatie openhouden.
Appellante voerde aan dat haar multi-problematiek en het langdurige tijdsverloop een duurzaam ziektebeeld aantonen, maar dit is onvoldoende om het besluit te herzien. De Raad bevestigt dat de beoordeling zich richt op de situatie op de datum van het besluit en dat achteraf geen succes van behandeling geen bewijs is voor duurzaamheid.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 juni 2026.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het besluit tot weigering van een Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van duurzaam arbeidsongeschiktheid.