ECLI:NL:CRVB:2019:2483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Wajong 2015 wegens onvoldoende onderbouwing ontwikkelmogelijkheden arbeidsparticipatie
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 29 februari 2016 waarin haar aanvraag voor een Wajong-uitkering werd afgewezen. De Centrale Raad van Beroep deed op 28 juni 2018 een tussenuitspraak waarin werd geoordeeld dat het UWV onvoldoende onderzoek had verricht naar de ontwikkelmogelijkheden van appellante tot arbeidsparticipatie en het besluit onvoldoende had gemotiveerd.
Ter uitvoering van deze tussenuitspraak heeft het UWV aanvullende rapporten van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige ingediend. Deze rapporten geven een gedetailleerde onderbouwing van de prognose dat appellante, ondanks haar complexe PTSS en persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken, door behandeling mogelijk in staat kan zijn basale werknemersvaardigheden te ontwikkelen.
De Raad oordeelt dat het UWV hiermee de gebreken uit de tussenuitspraak heeft hersteld en dat de medische beoordeling betrouwbaar is, mede omdat deze is gebaseerd op gegevens van de behandelaar van appellante. Het verzoek tot inschakeling van een deskundige wordt afgewezen. De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond, maar bepaalt dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het UWV wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.