ECLI:NL:CRVB:2026:792
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand TOZO ondanks beroep op evenredigheidsbeginsel
Appellant ontving tussen maart 2020 en september 2021 algemene bijstand op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO). Het college van burgemeester en wethouders van Best verstrekte voorschotten voor de huur en verrekende deze met de bijstand. Later werd vastgesteld dat voorschotten over augustus en september 2020 niet waren verrekend, waarna het college een bedrag van €1.906,13 terugvorderde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de terugvordering onevenredig was en dat er dringende redenen waren om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien, mede vanwege zijn precieze financiële situatie en de lange termijn tussen betaling en terugvordering. De Raad oordeelde dat het college een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt en binnen de wettelijke vervaltermijn van twee jaar was gebleven.
De Raad benadrukte dat het beroep op dringende redenen niet verder gaat dan een toets op evenredigheid, waarbij alle relevante feiten en omstandigheden worden meegewogen. Omdat appellant zijn financiële situatie niet had toegelicht, kon geen sprake zijn van een onevenwichtige belangenafweging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigde bijstand en wijst het beroep af wegens onvoldoende onderbouwing van het evenredigheidsbeginsel.