ECLI:NL:CRVB:2026:740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning ZW-uitkering zonder maatregel na ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding
In deze zaak staat centraal of het UWV terecht een ZW-uitkering heeft toegekend aan ex-werknemer vanaf 1 oktober 2021 zonder oplegging van een maatregel. Appellante betoogde dat ex-werknemer een benadelingshandeling heeft gepleegd door tijdens ziekte met verkoudheidsklachten op het werk te verschijnen en een verstoorde arbeidsverhouding te veroorzaken, waardoor een maatregel opgelegd had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het gedrag van ex-werknemer verwijtbaar was, dit niet zodanig ernstig was dat het einde van de arbeidsovereenkomst voorzienbaar was. Ook het niet voeren van hoger beroep tegen de ontbinding werd niet als benadelingshandeling aangemerkt. De Raad volgt dit oordeel en bevestigt dat het UWV terecht geen maatregel heeft opgelegd.
De Raad benadrukt dat ex-werknemer zich weliswaar verwijtbaar heeft gedragen, maar dat dit niet leidt tot het verlies van recht op ziekengeld. De langdurige dienstbetrekking en het feit dat ex-werknemer zich inhoudelijk heeft verweerd tegen de ontbinding spelen hierbij een rol. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht een ZW-uitkering heeft toegekend zonder maatregel wegens het ontbreken van een benadelingshandeling.