ECLI:NL:CRVB:2026:67
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Centrale Raad van Beroep wegens appelverbod in hoger beroep tegen verzetuitspraak
Appellant heeft meerdere aanvragen ingediend voor bijzondere bijstand voor rechtsbijstand en tegen het niet tijdig beslissen daarop beroepen ingesteld bij de rechtbank. Deze beroepen werden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht, waarna appellant verzet instelde. De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond en wees het beroep af.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze verzetuitspraak en verzocht tevens om een voorlopige voorziening, welke werd afgewezen. Tijdens de zitting verscheen appellant, maar het dagelijks bestuur verscheen niet vanwege de wijze waarop appellant medewerkers en gemachtigden zou bejegenen.
De Raad overwoog dat het appelverbod van toepassing is op de aangevallen uitspraak en dat doorbreking daarvan alleen mogelijk is bij evidente schending van fundamentele rechtsbeginselen. Appellant stelde schending van het recht op toegang tot de rechter, maar de Raad oordeelde dat appellant in zowel de beroeps- als verzetprocedure voldoende gelegenheid had om zijn standpunten naar voren te brengen.
Verder wees de Raad het verzoek om verplichte mediation af wegens gebrek aan wettelijke grondslag en het ontbreken van bereidheid van het dagelijks bestuur. De Raad verklaarde zich onbevoegd om het hoger beroep te behandelen en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd wegens appelverbod en wijst het hoger beroep af.