ECLI:NL:CRVB:2026:552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening betaalspecificaties WIA-uitkering en toeslag
Appellante ontvangt sinds 2015 een WIA-uitkering en betwist de verrekeningen in de betaalspecificaties van 6 en 16 september 2019. Het Uwv beëindigde haar uitkering in 2018 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid, maar stelde dit later bij na bezwaar. Vervolgens ontstond discussie over de juiste hoogte van de uitkering en toeslag, mede door verrekeningen met bijstandsuitkeringen die de gemeente aan appellante betaalde.
De Raad oordeelt dat de betaalspecificaties correct zijn opgesteld. De toeslag vult de WIA-uitkering aan tot het sociaal minimum, waardoor een hogere uitkering werd gecompenseerd door een lagere toeslag. De verrekening met de gemeente is volgens de Participatiewet correct uitgevoerd, en het Uwv is niet verplicht om betalingen vooraf met de gemeente af te stemmen.
Appellante kan zich niet beroepen op onjuistheden in de betaalspecificaties en wordt geadviseerd eventuele geschillen over terugvorderingen rechtstreeks met de gemeente te beslechten. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering om de betaalspecificaties van 6 en 16 september 2019 te herzien omdat deze correct zijn.