Verzoekers hadden bezwaar gemaakt tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Den Helder tot intrekking van bijstand en terugvordering van kosten over de periode 2016-2020. Na afwijzing van bezwaar en beroep bij de rechtbank, werd hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
De procedure duurde vanaf het bezwaar op 31 december 2021 tot de intrekking van het hoger beroep op 30 maart 2026 ruim vier jaar en drie maanden, waarmee de redelijke termijn in de rechterlijke fase werd overschreden. De Raad oordeelde dat een vergoeding van €500 passend is voor deze termijnoverschrijding.
Daarnaast werd de Staat veroordeeld in de proceskosten van verzoekers voor het indienen van het verzoek om schadevergoeding, begroot op €467. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 april 2026.