ECLI:NL:CRVB:2026:504
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing op bezwaar met deels vergoeding kosten deskundige
Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV, waarbij zij tevens een expertiserapport van psychiater Schoutrop overlegde. De Raad benoemde een eigen deskundige, die rapporteerde in september 2025. Na een gewijzigde beslissing op bezwaar van het UWV, waarin volledig aan de bezwaren van appellante werd tegemoetgekomen, trok appellante het hoger beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad beoordeelde de gevorderde kosten voor rechtsbijstand, reiskosten en deskundigenkosten. De vergoeding voor de werkzaamheden van psychiater Schoutrop werd gedeeltelijk toegekend, waarbij secretariële werkzaamheden werden uitgesloten. Ook de tolk- en reiskosten werden deels vergoed. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Ten aanzien van de overschrijding van de redelijke termijn oordeelde de Raad dat de totale procedure ruim zes jaar had geduurd, terwijl de redelijke termijn voor een dergelijke procedure maximaal vier jaar bedraagt. Dit leidde tot een vergoeding van immateriële schade van €3.000,- aan appellante, die door de Staat werd betaald. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in verband met dit verzoek.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 april 2026, waarbij geen zitting werd gehouden omdat partijen geen zitting wensten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ingetrokken na gewijzigde beslissing op bezwaar; het UWV en de Staat worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.