ECLI:NL:CRVB:2026:274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten en ongewijzigd arbeidsvermogen
Appellante heeft meerdere aanvragen ingediend voor een Wajong-uitkering, waarbij het UWV telkens heeft vastgesteld dat zij arbeidsvermogen had op haar achttiende verjaardag en geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening van eerdere besluiten rechtvaardigden.
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat de medische problematiek die appellante na de referteperiode heeft ontwikkeld, waaronder Ehler Danlos Syndroom (EDS), niet leidt tot een gewijzigde beoordeling van haar arbeidsvermogen in de referteperiode van haar achttiende tot haar 23e verjaardag.
Appellante voerde aan dat zij al vanaf jonge leeftijd lichamelijke beperkingen had door EDS, ondanks dat de diagnose pas later werd gesteld, en dat haar medische situatie verslechterd is. De Raad volgt echter het oordeel van de verzekeringsarts dat uit de medische stukken niet blijkt dat er tijdens de referteperiode sprake was van zodanige beperkingen die herziening rechtvaardigen.
De Raad concludeert dat het UWV terecht is gebleven bij de eerdere besluiten en dat het verzoek om terug te komen van deze besluiten niet slaagt. Ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De afwijzing van de Wajong-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die herziening rechtvaardigen.