ECLI:NL:CRVB:2026:22
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit arbeidsvermogen en weigering verhoging Wajong-uitkering wegens hulpbehoevendheid
Appellant, sinds 1996 uitkeringsgerechtigd op grond van arbeidsongeschiktheidswetgeving, verzocht op 12 juli 2021 om herbeoordeling van zijn arbeidsvermogen en verhoging van zijn Wajong-uitkering wegens vermeende hulpbehoevendheid. Het UWV stelde na onderzoek vast dat appellant arbeidsvermogen heeft en wees de verhoging af omdat hij niet hulpbehoevend is zoals bedoeld in de Beleidsregel.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige rapportages als deugdelijk gemotiveerd beschouwde. De verzekeringsarts concludeerde dat appellant beperkingen heeft, maar voldoende belastbaar is voor arbeid en zelfstandig functioneert in het dagelijks leven. De rechtbank hechtte weinig waarde aan het verslag van de huisarts over de ADL-afhankelijkheid van appellant, omdat dit niet relevant was voor de situatie op 12 juli 2021.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten zonder nieuwe medische onderbouwing, behalve een brief van een radioloog die geen afwijkingen aantoonde. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV dat appellant arbeidsvermogen heeft en niet hulpbehoevend is. De Raad bevestigde dat appellant geen recht heeft op verhoging van zijn Wajong-uitkering en wees zijn hoger beroep af. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellant arbeidsvermogen heeft en geen recht heeft op verhoging van zijn Wajong-uitkering wegens hulpbehoevendheid blijft in stand.