Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster, werd door het UWV per 1 september 2020 arbeidsongeschikt verklaard voor 37,30%. Zij betwistte deze vaststelling en stelde dat haar beperkingen groter zijn en het aangeboden werk niet passend is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het UWV-besluit.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven. De Raad concludeerde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing voldoende is en dat het werk binnen de afdeling Interne Beschutte Arbeid passend is, mede gelet op de aard van de werkzaamheden en de aanwezige begeleiding. De Raad verwierp het betoog over het gebruik van een nieuw sjabloon voor de Functionele Mogelijkhedenlijst en de stelling dat essentiële beperkingen niet zijn meegenomen.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de redelijke termijn voor de procedure is overschreden met ruim elf maanden, wat leidt tot een schadevergoeding van €1.000,-. Deze vergoeding wordt verdeeld tussen de Staat en het UWV. De proceskosten voor het verzoek om schadevergoeding worden eveneens verdeeld. Het hoger beroep wordt afgewezen, het bestreden besluit bevestigd en de schadevergoeding toegekend.
Uitkomst: De vaststelling van 37,30% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en een schadevergoeding van €1.000,- toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.