Appellant, werkzaam bij Defensie sinds 2013 en sinds 2019 als navigator FRISC in het buitenland, werd ontslagen wegens vermeend harddrugsgebruik. Dit ontslag was gebaseerd op positieve speeksel-, bloed- en urinetesten, expliciete Whatsapp-berichten, foto's en geluidsfragmenten op zijn telefoon, en getuigenverklaringen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het ontslag.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de testresultaten op zichzelf onvoldoende bewijs vormen vanwege mogelijke vals-positieve uitslagen en de afwezigheid van cocaïnesporen in bloed. Ook de Whatsapp-berichten, foto's en geluidsfragmenten zijn onvoldoende overtuigend, mede door de toelichting van appellant dat het om grootspraak of humor zou gaan. Anonieme getuigenverklaringen die niet in bezwaar zijn betrokken, wegen ook niet mee.
De Raad concludeert dat de staatssecretaris ten onrechte heeft geoordeeld dat appellant zich met harddrugs heeft ingelaten. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het ontslagbesluit vernietigd en appellant wordt in dienst hersteld. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten.