ECLI:NL:CRVB:2025:976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij vaststelling maatmanomvang WIA-uitkering
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin de maatmanomvang van een ex-werknemer werd vastgesteld op 52 uur per week, wat leidde tot een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100% en toekenning van een WIA-uitkering. Appellante betoogde dat de maatmanomvang onjuist was vastgesteld omdat reisuren in verband met een opleiding ten onrechte waren meegeteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV. In hoger beroep stelde appellante dat het aangiftetijdvak januari 2021 niet representatief was vanwege de opgenomen reisuren. De Raad moest beoordelen of appellante voldoende procesbelang had om ontvankelijk te zijn in het hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het resultaat van het hoger beroep geen gunstiger uitkomst voor appellante zou opleveren, omdat ook bij een andere maatmanomvang het arbeidsongeschiktheidspercentage en de hoogte van de uitkering niet zouden wijzigen. Een mogelijk toekomstig belang bij een herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid is volgens vaste rechtspraak onvoldoende actueel belang voor ontvankelijkheid.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Appellante kan bij een toekomstige beoordeling de onjuistheid van de maatmanomvang opnieuw aan de orde stellen, waarna het UWV dit aspect zal herbeoordelen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.