ECLI:NL:CRVB:2025:949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens verdiencapaciteit boven 65 procent
Appellant was sinds november 2020 ziekgemeld met rug- en bekkenklachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 5 december 2021 omdat appellant naar hun oordeel meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon kon verdienen in passende functies. Appellant betwistte dit en voerde aan dat hij door medische beperkingen niet in staat was passende functies te vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en voldoende was. De verzekeringsartsen hadden appellant onderzocht, inclusief dossieronderzoek en overleg met behandelaars, en concludeerden dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt was. De geselecteerde functies werden als passend beoordeeld.
Appellant ging in hoger beroep en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, met name ten aanzien van beperkingen in handelingstempo en klachten bij lopen en zitten. De Raad volgde dit niet en vond dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen adequaat had gemotiveerd, mede op basis van een rapport uit 2007. Ook was er geen aanleiding een deskundige te benoemen.
De arbeidskundige beoordeling werd eveneens bevestigd; de functies waren passend en de belasting ervan strookte met de belastbaarheid van appellant. Het hoger beroep werd afgewezen, waardoor de beëindiging van de ZW-uitkering in stand blijft en appellant geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering wordt bevestigd omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen in passende functies.