ECLI:NL:CRVB:2025:857
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens geen onrechtmatig besluit UWV
Appellante, een bedrijf met circa 35 werknemers, verzocht om schadevergoeding omdat het UWV een WIA-uitkering aan een werknemer met beperkte terugwerkende kracht had toegekend. De werknemer was volledig en duurzaam arbeidsongeschikt, maar had de uitkering pas in 2020 aangevraagd. Het UWV kende een WGA-uitkering toe met ingang van 4 februari 2019 en wijzigde dit later in een IVA-uitkering met dezelfde ingangsdatum, zonder verdere terugwerkende kracht.
Appellante had het loon van de werknemer doorbetaald gedurende de periode na de wachttijd tot de toekenning van de uitkering en vorderde compensatie voor deze loonschade. De rechtbank wees het verzoek af omdat het besluit van het UWV niet onrechtmatig was en formele rechtskracht had gekregen. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het UWV de onrechtmatigheid niet heeft erkend en dat er geen sprake is van een causaal verband tussen het besluit en de schade.
De Raad overweegt dat het niet eerder aanvragen van de WIA-uitkering door de werknemer, en het doorbetalen van loon door appellante, niet aan het UWV kunnen worden toegerekend. Er is geen grond voor aansprakelijkheid van het UWV voor de door appellante geleden schade. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat geen onrechtmatig besluit is vastgesteld en geen causaal verband bestaat tussen het besluit en de schade.