ECLI:NL:CRVB:2025:854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag wegens onvoldoende aannemelijkheid laag inkomen
Appellanten hebben een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag op grond van de Participatiewet, welke door het college buiten behandeling is gesteld vanwege onvoldoende informatie over hun inkomenssituatie.
De rechtbank oordeelde dat het college onterecht de aanvraag buiten behandeling had gesteld, maar wees de aanvraag zelf af omdat het inkomen van appellanten in de referteperiode niet kon worden vastgesteld als lager dan de bijstandsnorm.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. Appellanten konden niet aannemelijk maken dat hun inkomen in de periode van 21 juni 2018 tot 21 oktober 2019 niet hoger was dan de toepasselijke bijstandsnorm. De door appellanten overgelegde belastingaangiften en bankafschriften boden onvoldoende inzicht, mede omdat inkomsten uit de kattenfokkerij niet waren opgegeven en er betalingen waren die verband hielden met het houden van raskatten.
Een ingebrachte klacht over onheus bejegenen door de sociale recherche werd niet inhoudelijk behandeld wegens strijd met de goede procesorde. De aanvraag blijft afgewezen en appellanten krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De aanvraag om individuele inkomenstoeslag wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van een laag inkomen.