ECLI:NL:CRVB:2025:826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Betrokkene, voormalig boxmedewerker, meldde zich ziek met rugklachten en linkerpinkproblemen en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering omdat betrokkene meer dan 65% van zijn laatste loon kan verdienen in passende functies. De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom geen aanvullende beperkingen voor zitten nodig waren.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en voldoende onderbouwd is uitgevoerd. De Raad volgt het standpunt van het UWV dat geen extra beperkingen ten aanzien van zitten noodzakelijk zijn, ondanks de klachten van betrokkene. Ook de arbeidskundige beoordeling van de geselecteerde functies wordt als passend beschouwd.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van het UWV gegrond en het beroep van betrokkene ongegrond. De beëindiging van de Ziektewet-uitkering blijft daarmee in stand. Het UWV wordt niet veroordeeld in proceskosten voor het hoger beroep, maar wel voor het eerdere bezwaar.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewet-uitkering blijft in stand na voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.