ECLI:NL:CRVB:2025:603
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Weigering terugkomen op besluit WIA-uitkering bij minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant heeft na een verkeersongeluk op 9 januari 2016 diverse lichamelijke en psychische klachten ontwikkeld en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering toe te kennen per 9 januari 2018, omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Na bezwaar en beroep werden aanvullende medische onderzoeken uitgevoerd, waaronder een deskundigenrapport van een verzekeringsarts die een extra beperking op intensief samenwerken adviseerde, maar geen verdere beperkingen noodzakelijk achtte.
De arbeidsdeskundige beoordeelde op basis van de aangepaste FML dat er nog steeds voldoende functies beschikbaar waren die appellant kon verrichten, met een arbeidsongeschiktheid van 0%. Appellant voerde aan dat de beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld en dat de functies ongeschikt waren, maar kon dit niet met overtuigende medische informatie onderbouwen.
De Raad volgde de deskundige en verzekeringsarts in hun oordeel dat de FML passend is en dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op het eerdere besluit. Hoewel het bestreden besluit in hoger beroep beter gemotiveerd werd, was het eerdere besluit niet onjuist. Tevens werd een schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. De proceskosten werden verdeeld tussen het UWV en de Staat.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.