Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft in hoger beroep het verzoek gedaan om schorsing van de terugbetalingsperiode van zijn studieschuld, omdat hij een voltijd PhD-studie in de Verenigde Staten gaat volgen. De minister wees dit verzoek af, omdat een PhD-opleiding geen recht geeft op studiefinanciering en de diplomatermijn was verstreken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat appellant niet als student in de zin van de Wsf 2000 wordt aangemerkt.
Appellant voerde aan dat de PhD-opleiding in de VS wel als kwalificerende studie moet worden erkend, mede op grond van het Vriendschapsverdrag tussen Nederland en de VS, en dat de afwijzing in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De minister handhaafde het standpunt dat geen sprake is van ongelijke behandeling en dat de diplomatermijn is verstreken.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad oordeelde dat de PhD-opleiding niet kwalificeert als studie in de zin van de Wsf 2000 en dat de hardheidsclausule niet van toepassing is. Tevens is er geen sprake van ongelijke behandeling. Verder wees de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de procedure binnen de vierjaarstermijn is afgerond.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het verzoek tot vergoeding van schade af. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Verzoek om schorsing van de terugbetalingsperiode en schadevergoeding wordt afgewezen; aangevallen uitspraak bevestigd.