Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding in verband met overschrijding van de redelijke termijn af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had een aanvraag gedaan voor dubbele kinderbijslag die aanvankelijk werd afgewezen, maar de Raad van 12 januari 2022 vernietigde dat besluit en kende dubbele kinderbijslag toe vanaf het tweede kwartaal 2018 tot en met het eerste kwartaal 2022. De Sociale verzekeringsbank (Svb) voerde dit uit door de dubbele kinderbijslag toe te kennen over de genoemde periode en stelde dat een nieuwe aanvraag nodig was voor de periode daarna.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij recht had op dubbele kinderbijslag tot de achttiende verjaardag van haar dochter zonder nieuwe aanvraag en dat de Raad ten onrechte het recht per kwartaal beoordeelde. Ook stelde zij een beroep op redelijkheid, billijkheid en menselijke maat en vroeg zij schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelt dat de Svb de eerdere uitspraak juist heeft uitgevoerd en dat het recht op dubbele kinderbijslag per kwartaal wordt beoordeeld. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de totale procedure binnen de redelijke termijn van vier jaar is gebleven.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De toekenning van dubbele kinderbijslag over het tweede kwartaal 2018 tot en met het eerste kwartaal 2022 wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.