ECLI:NL:CRVB:2025:346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering subsidie NOW-1 en NOW-3 na juiste omzetberekening inclusief huuropbrengsten
Deze zaak betreft het hoger beroep van een exploitatiemaatschappij tegen de definitieve vaststelling en terugvordering van subsidies op grond van de NOW-1 en NOW-3. De minister had bij de omzetdaling van de groep ook de huuropbrengsten en een jaarvergoeding van een bierbrouwer meegerekend, wat appellante betwistte als strijdig met het omzetbegrip uit het Burgerlijk Wetboek.
De rechtbank had geoordeeld dat de NOW-regeling een ruimer omzetbegrip hanteert dan het BW, waarbij ook overige baten uit normale bedrijfsactiviteiten worden meegenomen. De minister had de subsidie correct vastgesteld en het teveel betaalde voorschot terecht teruggevorderd. Wel was de belangenafweging door de minister onvoldoende gemotiveerd, maar dit werd volgens de rechtbank niet als benadeling van appellante gezien.
In hoger beroep handhaaft appellante haar standpunt dat de minister in strijd met de wet en bestuursrecht handelt door het omzetbegrip ruimer te interpreteren en dat de belangenafweging eenzijdig is. De Raad volgt dit niet en bevestigt dat de NOW-regeling een eigen, breder omzetbegrip hanteert, dat aansluit bij de netto-omzet zoals gebruikt in de jaarrekeningenrechtspraak.
De Raad stelt vast dat de huuropbrengsten en jaarvergoeding terecht als omzet zijn meegeteld en dat de bestreden besluiten niet in strijd zijn met wet of algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de minister de subsidie op grond van NOW-1 en NOW-3 terecht heeft vastgesteld en teruggevorderd inclusief huuropbrengsten en jaarvergoeding.