ECLI:NL:CRVB:2025:1908
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van de behandelend rechter in bestuursrechtelijke procedure
In deze zaak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, waarbij hij verzocht om wraking van de behandelend rechter, M.A.H. van Dalen-van Bekkum. De wrakingsprocedure vond plaats op 30 oktober 2025, waar de wrakingskamer bestond uit E.J.M. Heijs als voorzitter en J.T.H. Zimmerman en E.C.E. Marechal als leden. Verzoeker voerde aan dat de wrakingskamer blijk gaf van systematische vooringenomenheid, onder andere door hem te intimideren met beschuldigingen en door vragen te stellen over zijn geestelijke gesteldheid. De wrakingskamer heeft echter geoordeeld dat de vrees voor vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd was. De voorzitter van de wrakingskamer had verzoeker enkel gewezen op het verbod om de zitting op te nemen, wat gerechtvaardigd was gezien eerdere incidenten. De wrakingskamer heeft vastgesteld dat de behandelend rechters geen aanwijzingen voor vooringenomenheid vertoonden en dat het verzoek om wraking op basis van artikel 8:16 van de Algemene wet bestuursrecht niet tijdig was ingediend. Uiteindelijk is het verzoek om wraking afgewezen, en kan de zaak door de oorspronkelijke wrakingskamer worden behandeld. De beslissing is openbaar uitgesproken op 1 december 2025.