ECLI:NL:CRVB:2025:1861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante vroeg om herziening van het besluit van 9 april 2013 waarin het UWV haar een Wajong-uitkering weigerde toe te kennen. Zij stelde dat nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder een psychiatrisch rapport uit 2023, aanleiding gaven om het besluit te herzien.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht had vastgesteld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigen. De verzekeringsartsen concludeerden dat de nieuwe medische informatie geen ander beeld gaf over de relevante periode van 17 tot 23 jaar.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat het UWV zorgvuldig en gemotiveerd had gehandeld en dat de aangevoerde nieuwe medische gegevens geen aanleiding gaven tot herziening. Ook was geen sprake van evident onredelijkheid of schending van het gelijkheidsbeginsel. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de Wajong-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.