ECLI:NL:CRVB:2025:1838
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen op eerdere besluiten tot afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij het UWV telkens heeft geweigerd toe te kennen omdat niet is vastgesteld dat hij op zijn achttiende verjaardag beperkingen had als rechtstreeks gevolg van ziekte of gebrek. Appellant stelde in hoger beroep dat er nieuwe feiten en toegenomen arbeidsongeschiktheid waren, maar kon dit niet onderbouwen met nieuwe of niet eerder overgelegde medische informatie.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het besluit van het UWV in stand gelaten. De Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel bevestigd, stellende dat de aangevoerde medische stukken reeds bij eerdere aanvragen waren ingediend en dat er geen bewijs is dat de psychische problematiek op de achttiende verjaardag van appellant al aanwezig was.
De Raad heeft geoordeeld dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die aanleiding geven om terug te komen op de eerdere besluiten. Ook is geen sprake van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na de achttiende verjaardag. Het hoger beroep is daarom verworpen en de weigering om terug te komen op de besluiten blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op eerdere besluiten tot afwijzing van de Wajong-uitkering.