Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.
Het oordeel van de Raad
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als medior arbeidsdeskundige bij de politie, verzocht om gelijke beloning als een senior arbeidsdeskundige, stellende dat zij hetzelfde werk verricht. De korpschef wees dit verzoek af vanwege verschillen in taken en verantwoordelijkheden tussen de functies, wat leidde tot een verschil in salarisschalen. Het College voor de Rechten van de Mens oordeelde dat er sprake was van verboden onderscheid op grond van geslacht, maar dit oordeel werd door de korpschef niet gevolgd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het salaris is vastgelegd in de LFNP-regeling en alleen kan worden aangepast door plaatsing in een hogere functie. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar.
De Raad bevestigde dat het beloningsverschil gerechtvaardigd is door de verschillende taken en verantwoordelijkheden van de functies, en dat er geen strijd is met het gelijkheidsbeginsel of goed werkgeverschap. Wel oordeelde de Raad dat de ingebrekestelling wegens het niet tijdig beslissen niet onredelijk laat was en stelde de Raad de korpschef aansprakelijk voor een dwangsom van €1.442,- plus wettelijke rente. Daarnaast kreeg appellante vergoeding van proceskosten en griffierechten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt afgewezen voor de ongelijke beloning, maar gegrond verklaard voor het niet tijdig beslissen, met oplegging van een dwangsom aan de korpschef.