ECLI:NL:CRVB:2025:1694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- G.C. Boot
- S.B. SmitColenbrander
- Rechtspraak.nl
Gefixeerde schadevergoeding niet aangemerkt als loon voor WW-uitkering
Betrokkene was sinds 2017 in dienst als Director of Sales en werd in 2022 op staande voet ontslagen wegens financiële problemen bij de werkgever. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag onregelmatig was en kende een gefixeerde schadevergoeding toe voor het niet naleven van de opzegtermijn, naast andere vergoedingen.
Het UWV weigerde deze schadevergoeding als loon aan te merken voor de WW-uitkering, omdat deze betrekking heeft op de periode na het einde van de arbeidsovereenkomst. De rechtbank gaf betrokkene gelijk en oordeelde dat de schadevergoeding gelijkgesteld moest worden aan loon over de opzegtermijn.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en bevestigt dat de gefixeerde schadevergoeding niet onder de WW-uitkering valt omdat deze betrekking heeft op de periode ná het dienstverband. Ook is er geen sprake van discriminatie omdat betrokkene bewust koos voor de schadevergoeding in plaats van nietigverklaring van het ontslag. Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de gefixeerde schadevergoeding niet als loon voor de WW-uitkering kan worden aangemerkt.