ECLI:NL:CRVB:2025:1640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-uitkering ondanks financiële moeilijkheden appellant
Appellant ontving vanaf augustus 2023 een WW-uitkering en toeslag, terwijl hij daarnaast inkomsten uit arbeid had. Het UWV heeft op basis van loongegevens van de Belastingdienst de hoogte van de uitkering voor december 2023 en januari 2024 verlaagd en een terugvordering vastgesteld wegens te veel ontvangen uitkering.
Appellant stelde bezwaar en beroep in tegen deze besluiten, stellende dat hij financieel moeilijk zat en moeite had werk te vinden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant geen concrete gegevens over andere inkomsten had aangeleverd en het UWV mocht uitgaan van de Belastingdienstgegevens.
In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en bevestigt het bestreden besluit. De terugvordering blijft gehandhaafd, maar rekening is gehouden met de financiële situatie van appellant, waardoor hij nog niet hoeft terug te betalen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot terugvordering van de WW-uitkering wordt bevestigd.