ECLI:NL:CRVB:2025:1567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting
In deze zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de bijstand van appellante herzien en teruggevorderd. De reden hiervoor was dat appellante stortingen en bijschrijvingen op haar bankrekeningen had ontvangen, die als inkomen werden aangemerkt. Appellante had deze inkomsten niet gemeld, waardoor zij de inlichtingenverplichting had geschonden. Appellante stelde dat de bedragen niet voor haar bestemd waren en dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. De Raad voor de Rechtspraak oordeelde echter dat de enkele stelling van appellante onvoldoende was om aan te tonen dat zij niet over de bedragen kon beschikken. De Raad bevestigde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. De rechtbank had het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, en de Raad bevestigde deze uitspraak. De terugvordering blijft in stand, en appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.