ECLI:NL:CRVB:2025:1400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek bijstandsuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant een verzoek ingediend tot herziening van een eerder genomen besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, waarbij hij vrijstelling kreeg van arbeidsverplichtingen wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte destijds geen bezwaar tegen het besluit van 1 april 2021.
Het herzieningsverzoek werd afgewezen omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die aanleiding zouden geven tot herziening. De rechtbank bevestigde deze afwijzing en stelde dat appellant onvoldoende had toegelicht waarom het oorspronkelijke besluit zou moeten worden herzien.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij niet weet welke stukken ten grondslag liggen aan het besluit van 1 april 2021 en dat dit een nieuw feit zou zijn. De Raad oordeelt echter dat appellant dit bezwaar eerder had moeten maken en dat dit argument geen nieuw feit of veranderde omstandigheid oplevert. De afwijzing van het herzieningsverzoek is niet evident onredelijk. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het herzieningsverzoek blijft in stand.