Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.Bij [naam zoon] is een aandachtsdeficiëntie en/of hyperactiviteitsstoornis vastgesteld en een angststoornis NAO.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft bij de Sociale verzekeringsbank (Svb) een aanvraag ingediend voor dubbele kinderbijslag voor haar zoon, die lijdt aan een aandachtsdeficiëntie/hyperactiviteitsstoornis en een angststoornis NAO. De Svb wees de aanvraag af omdat de zoon volgens het medisch advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) geen intensieve zorg nodig heeft, een vereiste voor dubbele kinderbijslag op grond van artikel 7a van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond en handhaafde het besluit van de Svb. De rechtbank vond het medisch advies zorgvuldig tot stand gekomen, ondanks dat de zoon niet fysiek was gezien, omdat het oordeel was gebaseerd op dossieronderzoek, medische informatie en een medisch vragenformulier. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het CIZ onvoldoende rekening had gehouden met de thuissituatie en dat haar zoon wel degelijk intensieve zorg nodig heeft.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt. Het CIZ hanteert een beoordelingskader dat als vaste gedragslijn geldt. De Raad onderschrijft de motivering van de rechtbank en stelt dat het ontbreken van een persoonlijk medisch onderzoek niet leidt tot twijfel over de juistheid van het advies. De door appellante overgelegde medische stukken zijn niet relevant voor de beoordelingsperiode. De weigering van dubbele kinderbijslag blijft daarom in stand.
Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 januari 2025.
Uitkomst: De aanvraag voor dubbele kinderbijslag wordt afgewezen omdat de zoon geen intensieve zorg nodig heeft zoals vereist.