Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving studiefinanciering in de vorm van een prestatiebeurs voor haar hbo-bacheloropleiding en vroeg aansluitend een prestatiebeurs aan voor een wo-masteropleiding. De minister wees dit af omdat de prestatiebeursfase was bereikt en alleen een lening mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat dit onderscheid ongerechtvaardigd was en liet artikel 5.2 van de Wsf 2000 buiten toepassing, waardoor betrokkene recht zou hebben op een prestatiebeurs voor de wo-master. De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de wetgever bewust heeft gekozen studiefinanciering in de vorm van een prestatiebeurs te beperken tot initieel onderwijs en dat een wo-master na een hbo-bachelor niet tot het initiële onderwijs behoort. Het onderscheid tussen hbo-masters en wo-masters is een legitieme beleidskeuze binnen de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever.
Hoewel het systeem niet volledig sluitend is en er kritiek is op de uitleg ervan, is het niet aan de rechter om in te grijpen maar aan de wetgever om eventuele wijzigingen door te voeren. Betrokkene kan wel studiefinanciering ontvangen in de vorm van een lening en reisvoorziening. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de prestatiebeurs voor de wo-master na de hbo-bachelor blijft in stand.