ECLI:NL:CRVB:2025:134

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 januari 2025
Publicatiedatum
22 januari 2025
Zaaknummer
23/2789 TOZO-W
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen behandelend rechter in TOZO-zaken wegens ontbreken van vooringenomenheid

Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in een hoger beroep over de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (TOZO). Zij stelde dat de rechter vooringenomen was vanwege vermeende bevoordeling van het college van burgemeester en wethouders, persoonlijke verhoudingen tussen de gemachtigde en de rechter uit studietijd, en twijfels over de deskundigheid van de rechter op het gebied van TOZO.

De Raad heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de Algemene wet bestuursrecht en de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechtelijke rechtscolleges 2022. Uit het proces-verbaal bleek dat de rechter neutraal heeft gereageerd op vragen over het niet verschijnen van het college en dat er geen aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. Ook was er geen onderbouwing voor de vermeende persoonlijke vooringenomenheid en werd de twijfel over de deskundigheid van de rechter niet als zwaarwegende omstandigheid gezien.

De Raad concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestaat en wees het wrakingsverzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 januari 2025.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.

Uitspraak

23/2789 TOZO-W
Datum beslissing: 7 januari 2025
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
PROCESVERLOOP
Namens verzoekster heeft mr. A.P. Flinterman hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 18 september 2023, 23/624, in een geding tussen verzoekster en het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.
Tijdens het onderzoek ter zitting op 19 november 2024 heeft verzoekster verzocht om wraking van O.L.H.W.I. Korte, voorzitter van de enkelvoudige kamer (behandelend rechter). Hierna is het onderzoek ter zitting geschorst.
De behandelend rechter heeft op het wrakingsverzoek gereageerd en te kennen gegeven niet in de wraking te berusten.
Het verzoek om wraking is op 17 december 2024 ter zitting behandeld. Verzoekster is niet verschenen. De behandelend rechter heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.

OVERWEGINGEN

1. De behandeling van wrakingsverzoeken vindt plaats met inachtneming van de regels uit de Algemene wet bestuursrecht en de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechtelijke rechtscolleges 2022. De voor dit verzoek relevante regel is te vinden in de bijlage bij deze beslissing.
2. Verzoekster heeft aan haar verzoek om wraking het volgende ten grondslag gelegd. Volgens verzoekster heeft de behandelend rechter het college voorgetrokken doordat hij op zitting niet heeft willen benoemen dat het college gebrek aan belangstelling toont door niet ter zitting te verschijnen. Dit geeft blijk van vooringenomenheid. Daarnaast hebben de behandelend rechter en de gemachtigde van verzoekster in hun studietijd samen het vak Romeins recht gevolgd en waren de verhoudingen volgens gemachtigde tussen hen toen niet goed. Tot slot vraagt verzoekster zich af of de behandelend rechter wel over voldoende (rekenkundige) kennis beschikt om zaken over de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (TOZO) te behandelen.
3.1.
Bij de beoordeling van een wrakingsverzoek moet voorop staan dat een rechter op grond van zijn of haar aanstelling geacht wordt onpartijdig te zijn. Van dit uitgangspunt moet worden afgeweken als er een uitzonderlijke omstandigheid is die een zwaarwegende aanwijzing vormt voor vooringenomenheid van de rechter. De vrees voor vooringenomenheid van de rechter moet objectief gerechtvaardigd zijn. [1]
3.2.
Blijkens het proces-verbaal van de zitting heeft de behandelend rechter op de vraag van de gemachtigde of het niet verschijnen van het college een gebrek aan belangstelling is, geantwoord dat hij niet weet of dat een gebrek aan belangstelling is en dat het college niet is opgeroepen en dus niet verplicht is te verschijnen. Dit geeft geen aanwijzing voor vooringenomenheid.
3.3.
Verzoekster heeft voorts niet onderbouwd waarom het enkele feit dat de behandelend rechter en haar gemachtigde tijdens hun studietijd kennelijk gelijktijdig hetzelfde vak hebben gevolgd, leidt tot vooringenomenheid van de behandelend rechter jegens haar. Dit betekent dat hier geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de behandelend rechter uit kan worden afgeleid.
3.4.
De door gemachtigde opgeworpen vraag of de behandelend rechter over onvoldoende (rekenkundige) kennis beschikt om TOZO-zaken te behandelen, zal buiten beschouwing worden gelaten aangezien dit niet kan leiden tot toewijzing van het wrakingsverzoek. Dit is geen omstandigheid die een zwaarwegende aanwijzing kan vormen voor het oordeel dat een rechter vooringenomen is.
3.5.
Uit wat onder 3.1 tot en met 3.4 is overwogen volgt dat het verzoek om wraking moet worden afgewezen.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om wraking af.
Deze beslissing is gegeven door E. Dijt als voorzitter en T. Dompeling en S.B. SmitColenbrander als leden, in tegenwoordigheid van M. Ramanand als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2025.
De griffier De voorzitter
(getekend) M. Ramanand (getekend) E. Dijt

Bijlage: voor deze beslissing belangrijke wettelijke regel

Artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht

Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Voetnoten

1.Vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1770, r.o. 4.2.3.